Terug naar Piraï Bolivia
In 2007 vertrok ik een week na de diplomauitreiking naar Zuid-Amerika. 7 maanden stonden op de planning.
Zo ging ik onder andere terug naar Piraï. Dit keer was ik samen met Lieke en begonnen we in Santa Cruz aan de zoektocht hoe we naar Piraï konden gaan. Dit was zo’n moment dat ik extra blij was dat ik vooraf Spaans heb geleerd.
Bij het busstation in Montero gevraagd waar een bus naar Piraï zou vertrekken. We werden naar een plek verwezen waar inderdaad een bus stond. Echter na nog geen tien minuten stopte de bus en werden we vragend aan gekeken of we de bus uit wilden stappen, want we waren er. Toen kwamen we erachter dat er ook een rivier de Piraï bestaat. Nadat we uitgelegd hadden dat we naar het dorp Piraï willen gaan, snapte de buschauffeur dat we verkeerd zaten. Hij zag een bus van de andere kant komen, stapte uit en hield deze bus tegen. Hij gaf die buschauffeur uitleg dat we in de verkeerde bus zaten en terug moesten. Zodoende vertrokken we met onze backpack naar de andere bus en tien minuten later waren we weer terug bij start.
Na niet al te lang zoeken kwamen we wel bij de goede bus terecht, een echte “kippenbus”. De bus was afgeladen vol. Met een koelkast en kippen op het dak. Wij konden nog op de motor zitten die achter de chauffeur in de bus zat. We hielden het bij af en aan staan en zitten, want het was nogal warm om daarop te zitten.
Na een paar uur rijden ging de bus ineens van de weg af een zandweg op, om de koelkast af te zetten . En daar werd ik nog bijna uitgehuwelijkt door de moeder van het huis. Hoewel het verleidelijk was, omdat ze wel een nieuwe koelkast hadden heb ik dit aanbod vriendelijk afgewezen. Ik weet niet meer precies hoe lang de rit duurde, maar na een paar uur kwamen we aan bij Piraï. Ik herkende meteen het ziekenhuis, wat inmiddels was afgebouwd. Ik liep erheen en vertelde binnen aan iemand dat ik hier een paar jaar geleden ook ben geweest om het ziekenhuis te bouwen. Ik had foto’s meegenomen, dus liet deze zien. Zo herkende ik ook een meisje wie inmiddels tiener was. Ze waren helemaal blij dat we er waren. Door het dorpje gelopen om herinneringen op te halen. Er werd aangeboden dat bij iemand in een huisje in de tuin mochten slapen. Het waren gewone bedden met onze klamboe erboven, dus perfect. In een schuur was een restaurant gemaakt en daar konden we eten.
Na de nacht moesten we weer een bus terug hebben. Nagevraagd wanneer deze zou komen. Het antwoord was: “dat is nooit bekend. Soms komt de bus dagen niet”. We besloten weer in de schuur te gaan zitten met zicht op de weg en van een afstand zagen we de enige bus van die dag aan ons voorbij kijken. Wat nu? Na een tijdje was Lieke klaar met wachten. Ze zag een auto aankomen en besloot te gaan liften. De auto stopte. Er zaten twee mannen in. De een reed en de ander zat op de achterbank, beide met een biertje en er tussen in lagen vele andere lege blikjes. Ze gingen naar een dorpsfeest in het dorp Hardeman, een uur rijden verderop. We besloten toch mee te gaan, want dan waren we in ieder geval een dorp verder. We werden feestelijk ontvangen en kregen meteen de vraag of we wilden blijven voor het jaarlijkse dorpsfeest. We besloten dit te doen en kregen een slaapplek aangeboden; hooibalen met lakens erop naast de koeien en een papagaai.
Er was een vrachtwagen waar allemaal tafelvoetbaltafels uit kwamen, er was een huwelijk, er werd gedanst en gegeten. Wij werden door het gezin waar we gingen slapen overal mee naartoe getrokken. De nonnen aan de hoofdtafel bij de bruiloft moesten zelfs voor ons opstaan en we kregen als ere gasten heerlijk te eten en te drinken. We hebben met zeker de helft van het dorp gedanst. De volgende ochtend kwam er een bus langs waarmee we terug konden naar Montero. Ik had deze avond en nacht niet willen missen.

